On The ROAD - Vroegdetectie

Zomereditie 2018

Met genoegen bieden wij u de zomereditie 2018 nieuwsbrief voor het On the ROAD project aan. Als betrokkene ontvangt u deze nieuwsbrief om u te informeren over het On the ROAD onderzoek en de daarbij behorende voortgang. Doordat er nieuwe instellingen aangesloten zij bij het project, bevat deze nieuwsbrief extra informatie omtrent het onderzoek: achtergrond, doel, en uitvoering.

Wij wensen u veel leesplezier.

Vriendelijke groet namens de stuurgroep,

Leena de Wilde en Lana Otto

Wat is ‘On The ROAD’?

Door vroege opsporing en interventie van bijzondere of psychotische ervaringen kan voor veel jongeren voorkomen worden dat deze ervaringen verergeren en dat zij uitvallen uit hun sociale rollen.
In de Zorgstandaard Psychose staat beschreven hoe de preventie van psychotische stoornissen in Nederland vormgegeven dient te worden. Alle mensen tussen 14 en 35 jaar die zich voor behandeling aanmelden bij de deelnemende instellingen, uitgezonderd patiënten met een psychotische stoornis, vullen een korte screeningsvragenlijst in: De Prodromal Questionniare (PQ-16). Deze lijst bestaat uit zestien psychotische ervaringen. Bij een score van zes of hoger op deze screener wordt de patiënt door het vroegdetectieteam uitgenodigd voor een CAARMS (Comprehensive Assessment of At Risk Mental State) interview. Tevens wordt het sociaal functioneren in kaart gebracht aan de hand van de SOFAS (Social and Occupational Functioning Scale). De SOFAS, vergelijkbaar met de GAF, brengt verschillende levensgebieden in kaart, zoals werk/opleiding, vrienden en familie en het in aanraking komen met de politie. Wanneer op basis van het CAARMS interview en de SOFAS een verhoogd risico (Ultrahoog risico, afgekort tot UHR) wordt vastgesteld, wordt er een additionele behandeling aangeboden. Deze behandeling is specifiek ontwikkeld voor deze doelgroep en gericht op het voorkomen van een psychotische stoornis. In deze additionele behandeling wordt psycho-educatie en cognitieve gedragstherapie voor UHR gegeven en ondersteuning bij school en werk aangeboden. Deze behandeling is kosteneffectief gebleken. Het RGOc biedt ondersteuning bij de implementatie van deze manier van werken. Tevens is een onderzoek opgestart met de naam On The ROAD (OTR) om meer zicht te krijgen op het beloop van mensen met een UHR.

De doelen van vroege opsporing zijn:
1. Het voorkomen van de overgang naar een eerste psychose en vermindering van het aantal At Risk patiënten.
2. Het op tijd starten van de behandeling bij patiënten die desondanks een psychose ontwikkelen.
3. Het ontdekken van patiënten met een eerste psychose die door de reguliere zorg niet als zodanig worden herkend, waardoor een vertraagde start van behandeling wordt voorkomen (de zgn. Mental Health Services delay).

Doel
Het doel van het On The ROAD project is enerzijds de ondersteuning van de implementatie van vroeg detectie in de vier Noord-Nederlandse provincies (Groningen, Friesland, Drenthe en Overijssel) en daarnaast de monitoring van potentiele risicofactoren van mensen met een UHR die mogelijk voorspellend zijn voor het krijgen van een psychose.

Het uitgangspunt is dat door middel van het zorginnovatie deel plus het onderzoeksdeel een bijdrage geleverd kan worden aan het verbeteren van de kwaliteit van leven van jongeren met een UHR en een daling opleveren van maatschappelijke en gezondheidszorg gerelateerde kosten die daarmee gepaard gaan.

Hoeveel mensen doen er al mee?

Deelnemerscijfers project On the ROAD 2017-2018

Ervaringen vanuit het project

Een interview met Anouk Nienhuis (Mediant)

Wat is jouw rol binnen vroegdetectie?
Binnen de vroegdetectie voer ik, samen met een collega, de behandelingen uit. Dat wil zeggen, als de cliënt verhoogd heeft gescoord op de Ervaringenlijst (PQ-16), worden zij aangemeld voor een CAARMS interview.Anouk Nienhuis
Dit interview wordt binnen Mediant afgenomen door medewerkers van het vroeg detectie team. Dit betreft drie onderzoeksmedewerkers en een Social Psychiatrisch Verpleegkundige (SPV). De resultaten van de CAARMS worden besproken in het multidisciplinaire overleg. Wanneer hieruit blijkt dat een cliënt een At Risk Mental State (ARMS) heeft, komt hij of zij in aanmerking voor een aanvullende behandeling. Deze behandeling wordt uitgevoerd door mijn collega gz-psycholoog of door mij.

Met wie werk je samen in dit project?
In principe werken we door en in dit project samen met alle afdelingen binnen Mediant, zowel volwassenen als jeugd. Bij een nieuwe aanmelding wordt op de reguliere afdeling de PQ-16 afgenomen. Wanneer een cliënt door een behandelaar van de reguliere afdeling aangemeld voor een CAARMS-interview wordt, is er vervolgens altijd contact tussen deze behandelaren van de reguliere afdelingen en een medewerker van het vroeg detectie team.
Het vroeg detectie team binnen Mediant bestaat uit een psychiater, drie onderzoeksverpleegkundigen, een SPV en twee gz-psychologen.

Wat is voor jou en jouw cliënten de meerwaarde van vroegdetectie?
Het heeft een grote meerwaarde voor de cliënt. Vanuit de literatuur komt natuurlijk al duidelijk naar voren dat de vroegdetectie veel oplevert; minder transities naar psychose, een kortere duur van onbehandelde psychoses, een betere kwaliteit van leven en uiteindelijk ook minder kosten.
Vanuit mijn ervaringen met vroegdetectie in het algemeen en behandeling hiervan, kan ik dit ook bevestigen. Cliënten zijn erg positief over de behandeling en vinden het prettig dat ze eindelijk over deze klachten kunnen praten. Ook is de boodschap dat ze zeker niet de enigen zijn met deze klachten en dat ze niet gek zijn, erg helpend. Naast de vroegdetectie werk ik ook in het team ABC Twente, centrum voor jongvolwassenen met een eerste psychose. Het grote verschil is dat de overtuigingen van de ARMS groep veel minder ‘vast’ zitten en minder uitgekristalliseerd zijn. Waar iemand met een ARMS af en toe het idee heeft dat hij wordt achtervolgd, weet iemand met een psychose zeker dat hij wordt achtervolgd en gaat hij zo min mogelijk de straat op. Dit betekent dat deze overtuigingen met relatief weinig behandeling en moeite kunnen worden bijgestuurd in de juiste richting. Hierdoor vermindert de angst binnen deze cliëntengroep aanzienlijk.

Waar loop je tegenaan bij vroegdetectie?
De implementatie van de vroegdetectie is een leuke uitdaging en levert veel op, maar het verloopt niet vlekkeloos. Bij Mediant zijn we op een gegeven moment ‘gewoon gestart’, om zo te bekijken waar de obstakels liggen. Wat we gemerkt hebben is dat het lastig is om alle collega’s goed bekend te laten worden met de vroeg detectie. Nog steeds is het op afdelingen soms niet goed duidelijk wat de vroegdetectie nou eigenlijk inhoudt, ondanks alle voorlichtingen, mailingen etc. die er zijn geweest. Er wordt bijvoorbeeld al snel gedacht dat het betekent dat een cliënt psychotisch is. Daarnaast merken we in het logistieke proces dat niet alle PQ-16 in het EPD komen en dat een aanmelding naar het vroegdetectie team voor afname van een CAARMS niet vanzelfsprekend is. Binnen Mediant zijn deze problemen al snel opgemerkt en zijn we er ook telkens mee bezig hoe we dit kunnen optimaliseren. Ook is de motivatie van cliënten soms lastig omdat de bijzondere ervaringen vaak niet de klachten zijn waarmee een cliënt zich aanmeldt. De hulpvraag ligt dan niet bij de bijzondere ervaringen en omdat het een aanvullende behandeling is, merken we dat cliënten er nog weleens van afzien.

Hoe ziet wat jou betreft vroegdetectie er over 10 jaar uit?
Wat mij betreft is de vroegdetectie dan onderdeel van de ‘care as usual’. Iedereen met een ARMS zou de behandeling gewoon moeten krijgen. Wat mij betreft hebben we het dan ook niet meer over een apart vroegdetectie team, maar is het op iedere afdeling geïntegreerd in het logistieke proces. Ook zou het mooi zijn als er op iedere afdeling collega’s zijn opgeleid die het CAARMS interview kunnen afnemen en die de behandeling kunnen uitvoeren. We hoeven er dan ook echt niet meer iets bijzonders van te maken.

Website On The ROAD

Momenteel zijn we druk bezig om deze website te realiseren. Op deze site zal informatie staan voor deelnemers en behandelaren over het project. Ook zal het lopende onderzoek op de site worden vermeld. De website zal na de zomer gelanceerd worden. Zodra de website online is, zal eenieder daarvan op de hoogte worden gebracht.

Middagsymposium RGOC

RGOc middagsymposium 17 april 2018 – ‘Samenwerken aan veerkrachtige jongeren, voorkomen van psychische aandoeningen’

Op 17 april vond een inspirerend symposium plaats waarin ketenpartners vanuit verschillende geledingen de laatste inzichten deelden over het vergroten van de veerkracht van jongeren met als doel psychische aandoeningen te voorkomen. Het symposium vond plaats in de Adventskerk van de GGz Drenthe in Assen. Na opening van de dagvoorzitters Marieke Pijnenborg en Nynke Boonstra, trapte Mark van der Gaag af met een overzicht van de wetenschappelijke achtergrond voor Vroeg Detectie. Hierop aansluitend vertelde Marieke hoe de implementatie van een vroegdetectie project eruitziet, met de daarbij komende voordelen en uitdagingen. Janneke Metselaar volgde met een voordracht over het belang van participatie van jongeren in het onderwijs, wat zij in Friesland in een succesvol project hebben vormgegeven genaamd ‘School als Werkplaats’ op ROC Friesland College in Heerenveen. Lonneke Kamp was als spreker aanwezig om haar ervaringen te delen vanuit haar werk als Beleidsmedewerker gemeente Groningen. Met behulp van een aantal voorbeelden gaf Lonneke aan hoe belangrijk de samenwerking tussen verschillende instellingen is. Dit is voor het goed kunnen leveren van de optimale zorg voor een jongeren. Het onderwerp van het symposium was dan ook het kernwoord van Lonneke, namelijk ‘samenwerken’. Na een korte pauze), gaf Inkje Borrel een overzicht van de taken die een ervaringsdeskundige uitvoert binnen Ixta Noa, en wat deze kunnen beteken voor jongeren met psychische problemen. Dit deed ze met minimale voorbereiding (ze kreeg het namelijk een dag van tevoren te horen), maar dit was niet te merken aan het verhaal dat gegeven werd.
Bijna aan het einde van de middag waren Marloes Dekker en Lia Dekker van Jimmy’s aan het woord. Zij vertelden vol enthousiasme hoe je het beste resultaat voor de jongeren kan bereiken, namelijk “door de jongeren erbij te betrekken “.
Nynke Boonstra sloot de sprekersrondes af door een overzicht te geven van wat er nu verder gedaan kan worden. Hierbij introduceerde ze een nieuw concept vanuit het buitenland: @Ease (in het buitenland ‘Headspace’). Dit zal mogelijk een nieuwe samenwerking kunnen opleveren.
Als afsluiter van de middag werd er een optreden gegeven door een theatergroep van Kris Vesseur. Hoewel de akoestiek van de kerk niet als optimaal werd ervaren door de acteurs, heeft het publiek vol aandacht van het stuk kunnen genieten. Al met al zorgde de middag voor genoeg gesprekstof tijdens de borrel. Daarbij werden nieuwe plannen gemaakt voor goede ‘samenwerking’ voor het optimaal ondersteunen van jongeren met psychische problemen.

Wat is nieuw in de onderzoekswereld?

De term UHR (in Australië At Risk Mental State oftewel ARMS genoemd) werd geïntroduceerd als een aanduiding voor de risicogroep voor psychotische stoornissen. Echter ontstond er twijfel over de voorspelbare waarde van de UHR, en of het inderdaad wel alleen voorspellend was voor psychotische stoornissen. Dit met name omdat niet iedere patiënt met een UHR een psychose ontwikkelt. Hierdoor zou het ook voorspellend kunnen zijn voor andere ernstig psychiatrische aandoeningen. Om die reden richtte een recente studie zich op het volgen van patiënten een UHR over een langere termijn met om te kunnen bepalen of UHR inderdaad een voorspeller is voor een slechte prognose in brede zin (Fusar-Poli et al., 2017; Woods et al., 2018). De onderzoekers vonden dat een UHR een specifieke voorspeller is voor de ontwikkeling van een psychotische stoornis, en niet voor andere stoornissen.

Bronnen:
Fusar-Poli P., Rutigliano G., Stahl D., Davies C., De Micheli A., Ramella-Cravaro V., Bonoldi I., McGuire Pl., Long-term validity of the At Risk Mental State (ARMS) for predicting psychotic and non-psychotic mental disorders, Eur Psychiatry, 2017; 42:49-54.

Woods S.W., Powers A.R. 3rd, Taylor J.H., Davidson C.A., Johannesen J.K., Addington J., Perkins D.O., Bearden C.E., Cadenhead K.S., Cannon T.D., Cornblat B.A., Seidman L.J., Tsuang M.T., Walker E.F., McGlashan T.H., Lack of diagnostic pluripotentality in patients at clinical high risk for psychosis: specificity of comorbidity persistence and search for pluripotential subgroups, Schizophr Bull., 2018; 44(2):254-263.

Nieuwe sites voor het project

Na een enthousiast kennismakingsgesprek bij Accare Groningen, sluit het team van Accare zich aan bij het Vroegdetectie project, onder leiding van implementatie coördinator Nynke van der Wal. Bij Accare zullen ze de vroegdetectie als een pilot opzetten binnen het team ‘Angst en Stemmingen’. Bij een goed gevolg zal Nynke dit willen uitbreiden naar andere teams binnen Accare.

Wisseling van de wacht

Lana Otto
Na het vertrek van de vorige implementatie coördinator, Esther Sportel is er een nieuwe coördinator aangesteld: Lana Otto. Sinds april dit jaar is Lana actief binnen de stuurgroep van het project. Naast haar nieuwe werkzaamheden als coördinator bij het RGOc is Lana promovenda bij het Lectoraat Rehabilitatie van de Hanzehogeschool Groningen, onder leiding van Marieke Pijnenborg (Promotor), Lies Korevaar (Lector Rehabilitatie en copromotor) en Jacomijn Hofstra (Senior onderzoeker Lectoraat Rehabilitatie en copromotor). “Omdat ik voor mijn promotietraject al in samenwerking was met een aantal sites die ook betrokken zijn bij het On The ROAD-project, heb ik het gevoel dat ik vrij snel mijn weg kan vinden binnen dit project. Ik heb er dan ook erg veel zin in en hoop dat ik daarbij mijn steentje kan bijdragen bij dit mooie project.”

Petra Riesthuis heeft het stokje van Marian Heuvelink overgedragen als implementatie coördinator voor locatie Mediant. Petra is werkzaam als SPV bij ABC Twente, centrum voor jongeren met een psychose.

Leden van de stuurgroep
Lana Otto, coördinator
Email: l.k.m.otto@umcg.nl
Marieke Pijnenborg, voorzitter
Nynke Boonstra, voorzitter
Richard Bruggeman
Hanneke Wigman
Lex Wunderink

 

Deelnemende instellingen en hun implementatie-coördinator
GGz Friesland
Boudien van der Pol
GGz Drenthe
Gerard van Rijsbergen
Mediant
Petra Riesthuis
Dimence
Inez Oosterholt-Ogink
UCP van het UMC Groningen
Maarten Vos
Lentis/PsyQ Groningen
Henriette Horlings
Accare Groningen
Nynke van der Wal