Vroegdetectie

van psychotische klachten en behandeling in
Noord-Nederland

Informatie voor professionals

In de Zorgstandaard Psychose staat beschreven hoe de preventie van psychotische stoornissen in Nederland vormgegeven dient te worden. Alle mensen tussen 14 en 35 jaar, uitgezonderd mensen met een psychotische stoornis, die zich aanmelden bij een GGZ instelling dienen een korte screeningsvragenlijst in te vullen, de Prodromal Questionniare (PQ-16). Bij een score van 6 of hoger op deze screener wordt de persoon door het vroegdetectieteam uitgenodigd voor een CAARMS (Comprehensive Assessment of At Risk Mental State) interview. Tevens wordt het sociaal functioneren in kaart gebracht aan de hand van de SOFAS (Social and Occupational Functioning Scale). De SOFAS, vergelijkbaar met de GAF, brengt verschillende levensgebieden in kaart, zoals werk/opleiding, vrienden en familie en het in aanraking komen met de politie.

Wanneer op basis van het CAARMS interview en de SOFAS een verhoogd risico (genaamd ‘Ultra Hoog Risico’, UHR) wordt vastgesteld, wordt er een additionele behandeling aangeboden, specifiek ontwikkeld voor deze doelgroep en gericht op het voorkómen van een psychotische stoornis. Deze additionele behandeling bestaat uit psycho-educatie, cognitieve gedragstherapie voor UHR, psycho-educatie voor familie en ondersteuning bij school en werk. Deze behandeling is kosteneffectief gebleken (Zie ook het artikel M. van der Gaag over kosteneffectiviteit). Mensen met een UHR worden over een periode van drie jaar jaarlijks uitgenodigd voor een CAARMS interview. Het eerste jaar is dit iedere drie maanden, om te monitoren of er nog steeds sprake is van een UHR. Uit wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat de kans om drie jaar na het vaststellen van een UHR nog psychotisch te worden erg klein is (Zie artikel Fusar-Poli et al). Iedereen bij wie een UHR is vastgesteld wordt gevraagd om deel te nemen aan het On The Road onderzoek.