Vroegdetectie

van psychotische klachten en behandeling in
Noord-Nederland

Literatuur

Relevante publicaties:

Relevante literatuur:

On The Road publicaties:
 
 

Artikelen:

Clinical staging: een nieuw model in de psychiatrie

Samenvatting
In 2006 werd het clinical staging model geïntroduceerd in de psychiatrie door een Australische onderzoeksgroep. Dit model, waarin klinische stadia van aandoeningen worden onderscheiden, ziet psychische ziekten niet als iets wat aanwezig of afwezig is, maar als iets wat in meer of mindere mate aanwezig kan zijn. Het definieert verschillende stadia van ernst, die lopen van verhoogd risico zonder klachten aan het ene eind van het spectrum via milde klachten, matige klachten, tot een eerste episode, meerdere episodes, en aan het andere einde van het spectrum, ernstige en langdurige psychische klachten. Op deze manier wordt psychische gezondheid dus gezien als iets waarbij men in verschillende mate last kan hebben van symptomen. Het model betekent ook dat de behandeling moet worden afgestemd op het specifieke stadium waarin deze patiënt zich bevindt; iemand met lichte klachten krijgt een andere, vaak lichtere behandeling aangeboden dan iemand met plotselinge ernstige, of lang bestaande klachten. Het clinical staging model is ontwikkeld om als aanvulling te dienen bij de gangbare diagnostiek in de psychose-zorg en heeft geleid tot vroeg-detectie programma’s, waarbij er gestreefd wordt naar het tijdig opsporen, herkennen en behandelen van voorlopers van psychotische klachten, om de ontwikkeling van een psychose te voorkomen.

Bron:
McGorry PD, Hickie IB, Yung AR, Pantelis C, Jackson HJ (2006). Clinical staging of psychiatric disorders: a heuristic framework for choosing earlier, safer and more effective interventions. Australian and New Zealand Journal of Psychiatry; 40:616–622.

De PQ-16: Een screeningsinstrument voor kwetsbaarheid voor psychose

Samenvatting
In het vroeg detectie programma dat momenteel een standaardprocedure is in veel instellingen in de geestelijke gezondheidszorg wordt gescreend op mensen met een verhoogd risico op (kwetsbaarheid voor) een psychose. We weten dat deze kwetsbaarheid vaker voorkomt bij mensen die psychische klachten hebben (vergeleken met mensen uit de algemene bevolking), maar dat deze kwetsbaarheid lang niet altijd duidelijk naar voren komt. Daarom is het belangrijk daarop te screenen met een goed instrument.

Ising en collega’s bespreken in dit artikel de kwaliteiten van de Prodomal Questionnaire-16 (PQ-16), een zelfrapportage vragenlijst over psychotische ervaringen. Deze PQ-16 is een verkorte versie van de PQ-92. Het blijkt dat de PQ-16 goed gebruikt kan worden als eerste stap in een twee-staps screeningsprocedure. Mensen die een score van 6 of hoger rapporteren op de PQ-16 worden uitgenodigd voor een diepte-interview over hun psychotische ervaringen. Op basis van dit interview wordt vastgesteld of deze persoon inderdaad een zogenaamd Ultra-Hoog Risico (UHR) heeft voor het ontwikkelen van een psychose. Wanneer dit het geval is, wordt hem of haar een extra mentale training (cognitieve gedragstherapie) aangeboden, speciaal gericht op deze ervaringen, eventueel naast de gangbare behandeling die iemand al ontvangt. Deze twee-staps screeningsprocedure wordt momenteel gevolgd in instellingen die het vroeg-detectie programma uitvoeren.

Bron:
Ising HK, Veling W, Loewy RL, Rietveld MW, Rietdijk J, Dragt S, Klaassen RMC, Nieman DH, Wunderink L, Linszen DH & van der Gaag M (2012). The Validity of the 16-Item Version of the Prodromal Questionnaire (PQ-16) to Screen for Ultra High Risk of Developing Psychosis in the General Help-Seeking Population. Schizophrenia Bulletin 38(6), 1288–1296.

Het behandelen van Ultra Hoog Risico voor het ontwikkelen van een psychose

Samenvatting
Dit artikel beschrijft een nieuwe behandelmethode voor Ultra Hoog Risico (UHR) op het ontwikkelen van een psychose. Deze interventie is gebaseerd op cognitieve gedragstherapie (CGT) met een specifieke nadruk op het normaliseren van bijzondere ervaringen waardoor deze gewoner en minder beangstigend zijn. Je wordt je hierdoor meer bewust van de “bril” waardoor je kijkt, van de vooroordelen die je hebt gekregen door je ervaringen, waarmee je je wereld te negatief opvat. Het effect van de interventie werd onderzocht in een gerandomiseerde klinische studie onder 196 jonge mensen die in zorg waren voor psychische klachten. Twee groepen werden vergeleken: een groep die alleen hun gewone behandeling kreeg en een groep die naast hun gewone behandeling gedurende zes maanden deze nieuwe CGT voor UHR kreeg.
Na 18 maanden bleken in de groep met de nieuwe behandeling maar 10 mensen van de 94 een psychose te hebben gekregen tegenover 22 mensen van de 102 in de groep met alleen de gewone behandeling. Ook waren in de groep met de nieuwe behandeling meer mensen ook hersteld van hun UHR klachten. Het aanbieden van deze extra behandeling lijkt dus zowel een positief effect te hebben op het voorkomen van een eerste psychose als op het verminderen van de bijzondere ervaringen bij mensen met een Ultra Hoog Risico op het ontwikkelen van een psychose.

Bron:
van der Gaag, M., Nieman, D. H., Rietdijk, J., Dragt, S., Ising, H. K., Klaassen, R. M. et al. (2012). Cognitive behavioral therapy for subjects at ultrahigh risk for developing psychosis: a randomized controlled clinical trial. Schizophrenia Bulletin, 38(6), 1180-1188.

Ultra Hoog Risico als specifieke voorspeller van het ontwikkelen van psychose

Samenvatting
De term UHR staat voor ‘Ultra Hoog Risico’ en wordt gebruikt als aanduiding voor individuen met een (sterk) verhoogd risico op psychose vergeleken met mensen uit de algemene populatie. In het Engels wordt dit ook wel ‘At Risk Mental State’ of kortweg ARMS genoemd. Van alle mensen met UHR ontwikkelt ongeveer een derde binnen drie jaar een eerste psychotische episode. In de literatuur ontstond interesse naar de vraag of UHR-status nu vooral voorspellend is voor het ontwikkelen van een eerste psychose of dat het risico wellicht breder is; met andere woorden: hebben mensen met UHR ook een hoger risico op het ontwikkelen van andere, niet-psychotische stoornissen?

De onderzoekswereld is hier nog niet over uit, maar op basis van twee recente studies (Fusar-Poli et al., 2017; Woods et al., 2018) lijkt UHR-status toch meer een specifieke voorspeller van de ontwikkeling van een psychotische stoornis, dan een voorspeller van een slechte prognose in brede zin.

Bronnen:
Fusar-Poli P., Rutigliano G., Stahl D., Davies C., De Micheli A., Ramella-Cravaro V., Bonoldi I., McGuire Pl., Long-term validity of the At Risk Mental State (ARMS) for predicting psychotic and non-psychotic mental disorders, Eur Psychiatry, 2017; 42:49-54.

Woods S.W., Powers A.R. 3rd, Taylor J.H., Davidson C.A., Johannesen J.K., Addington J., Perkins D.O., Bearden C.E., Cadenhead K.S., Cannon T.D., Cornblat B.A., Seidman L.J., Tsuang M.T., Walker E.F., McGlashan T.H., Lack of diagnostic pluripotentality in patients at clinical high risk for psychosis: specificity of comorbidity persistence and search for pluripotential subgroups, Schizophr Bull., 2018; 44(2):254-263.

Onderzoeksagenda GGZ 2016

Samenvatting
In 2016 is de Onderzoeksagenda voor de Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) opgesteld. De titel van het document luidde:
De juiste behandeling op het juiste moment.
Dit document is opgesteld door een groot aantal experts om als richtlijn te dienen voor het uitvoeren van onderzoek in de GGZ. Het doel is om de kwaliteit, effectiviteit en doelmatigheid van de GGZ te verbeteren. Het is gebaseerd op recente inzichten uit de wetenschappelijke literatuur op het gebied van psychische gezondheid. Het document geeft twee belangrijke pijlers aan waar we naartoe willen werken met behulp van toekomstig onderzoek:

Eerste pijler: Van late naar vroege interventies
Hieronder valt het ontwikkelen van goede strategieën voor het tijdig opsporen (vroegdetectie) en behandelen (interventie) van psychische klachten. Het idee hierachter is dat met vroeg handelen erger kan worden voorkomen. Bovendien kan dit kostenbesparingen opleveren. Hiermee wordt voorgesteld de nadruk te verleggen van ‘nazorg naar voorzorg’: ofwel, in plaats van pas in te grijpen als er al een ernstige (langdurig bestaande) stoornis ontstaan is, al vroeg in de ontwikkeling van psychische klachten hulp te verlenen die past bij het beeld van dat moment.

Tweede pijler: Gepersonaliseerde psychische gezondheidszorg
Door beter rekening te houden met grote verschillen tussen mensen kan de geboden zorg beter afgestemd worden op de behoefte van de patiënt. Het eerder besproken clinical staging model kan hier ook aan bijdragen. Mensen verschillen bovendien qua aanleg, psychologische kenmerken, sociale omstandigheden, wensen en krachten. Het idee is dat als de zorg beter aansluit bij de behoeften van de patiënt, deze ook effectiever zal zijn, waardoor over- en onderbehandeling minder vaak voor zullen komen.

Bron:
Onderzoeksagenda GGZ 2016 (PDF)

Implementatie van het RGOc Vroegdetectie Zorginnovatie Programma bij Mediant GGZ

De Zorgstandaard Psychotische stoornissen schrijft vroegdiagnostiek en behandeling voor bij mensen met een verhoogd risico op een psychose. Interveniëren voor het begin van een psychose in de fase met een verhoogde kans op psychose leidt namelijk tot minder eerste psychoses, een betere kwaliteit van leven en lagere gezondheidszorgkosten. Vanuit het RGOc is het Vroegdetectie Zorginnovatie Programma (VZP) geïnitieerd met daaraan gekoppeld onderzoek. Mediant is een van de eerste instellingen die dit programma geïmplementeerd heeft. Dit artikel heeft tot doel het implementatietraject van het programma te evalueren. De stappen van het implementatieproces worden beschreven en geëvalueerd. Het resultaat wordt aan de hand van de verwachte resultaten en behaalde resultaten beoordeeld.

Bron:
Anouk Nienhuis, Lia Verlinde, Nynke Boonstra en Anita Wessels. Implementatie van het RGOc Vroegdetectie Zorginnovatie Programma bij Mediant GGZ.